"Vind je ons niet leuk genoeg?"


Mijn ervaring in een tbs-kliniek: oude pijn, triggers en hoe om te gaan met deze energie.

Ik herinner me goed dat ik tijdens een groepsmaaltijd in de tbs kliniek waar ik werkte aankondigde dat ik een andere baan had gevonden: ik ging werken op een asielzoekerscentrum. Er viel een stilte. Deze voelde ongemakkelijk aan, ik kon deze stilte moeilijk plaatsen. Ik had niet verwacht dat mijn mededeling een emotie bij de groep teweeg zou brengen. Een paar minuten later vroeg een client: "vind je asielzoekers dan leuker dan ons?"
Dat was dus de reden van de stilte. Ze dachten dat ik mijn baan had opgezegd omdat ik hun "niet leuk genoeg" vond om er te blijven werken.
Destijds kon ik de vraag niet goed beantwoorden. Ik voelde hun emoties, hun pijn van de afwijzing en raakte ervan in de war. Ik vond asielzoekers niet "leuker" maar ik vond dat ik in de functie van groepsleider niet veel toevoegde. Op dat moment kon ik dat niet verwoorden en voelde ik me in zekere zin schuldig dat ik vertrok. Ik realiseerde mij dat ik "de zoveelste" was.

Gedurende een jaar heb ik in een tbs kliniek gewerkt als sociotherapeut. Je zou het ook "groepsleider" kunnen noemen. Mijn voornaamste taak was het dagelijks reilen en zeilen in goede banen leiden.
Ik had, gedurende de tijd dat ik daar werkte, nogal wat strubbelingen gehad met een een aantal patiënten. De kern hiervan was, dat ik ze ook benaderde als "mens" en verwachtte dat zij zich als "mens" gedroegen. Ze waren weliswaar patiënten met een diagnose, maar ik ontdekte bij ieder van hun ook een gezond deel.

Wederzijds respect vond ik een belangrijk deel van het contact. Dat had een reden. Immers, de meeste patiënten zouden op een dag terug keren in de maatschappij. En in contact komen met werkgevers, buren, schoonouders enz. In die contacten werd ook normaal gedrag verwacht. Ze hadden geen sticker met een "persoonlijkheidsstoornis" op hun voorhoofd. Gelukkig maar, dat gaf ze de kans om een nieuw leven op te bouwen. Er zou een beroep worden gedaan op hun MENS zijn. Bovendien zag ik hun ook als MENS, met hun beperkingen maar zeker ook met hun mogelijkheden. Ze waren veel meer dan de diagnose.

Mijn benadering wekte aanvankelijk dan ook argwaan bij de patiënten.
En ze stelden me op de proef: of ik ze wel serieus nam, of ik bang voor ze was, of ik op ze neer keek. Ze zullen van alles gedacht hebben. Naast hetgeen ze wél zeiden. Een aantal maanden, discussies en confrontaties later, begon het wantrouwen bij de meesten plaats te maken voor vertrouwen. Ik speelde geen spelletjes, was niet uit op machtsstrijd.
Daardoor durfden ze persoonlijke ervaringen te delen en ontstond er met een aantal patiënten langzaam aan iets van een vertrouwensband. En op het moment dat deze aan het verstevigen was, besloot ik te vertrekken. Ai...

Januari 2016

gallery/tbsers

Deze mensen, die van jongs af aan waren afgewezen en getraumatiseerd, werden opnieuw afgewezen. In hun hoofd vertaalde mijn vertrek zich als "wij zijn niet leuk genoeg".
Ik kon hun pijn voelen, de pijn van wéér aan de kant geschoven worden. En de moedeloosheid: ze wisten inmiddels wat ze aan me hadden. Bij een volgende begeleider begon het hele proces van wantrouwen versus vertrouwen van voren af aan.
Op "mijn groep" was het een voortdurend komen en gaan van begeleiders. Regelmatig werden begeleiders naar andere groepen overgeplaatst of vonden een andere baan. Nét als er een evenwicht was gevonden, werd dat weer verstoord. 

Misschien is het vinden van vertrouwen wel de grootste tragiek van het verblijf in een tbs kliniek. Het vertrouwen in zowel zichzelf als de medemens zijn ze grotendeels kwijt geraakt.
De patiënten moeten het rooien met de mensen die bij ze geplaatst worden. Zowel met de medepatiënten als de behandelaars. Ze zijn afhankelijk en hebben weinig zeggenschap over hun eigen leven.
Voor mensen van wie  van jongs af aan het vertrouwen geschonden is, is dit een enorme opgave. 
Mijn mededeling van mijn vertrek bracht iets op gang. Raakte oude pijn aan. Het was een trigger.
Wanneer dit gebeurt, komt er energie vrij. De energie van de oude pijn (emoties zijn energie) verlaat het lichaam en wordt voelbaar. Nog meer voor hoogsensitieve mensen zoals ik zelf. Zoals we in de volksmond zeggen: er hangt iets in de lucht.
Dit is een intense energie, waardoor het moeilijk is om open en vrij met de ander te communiceren. Het blokkeert de communicatie. Op dat moment had ik het liefst helder uitgelegd wat de reden van mijn vertrek was, maar alles in mij stagneerde. Hun oude pijn en mijn instant schuldgevoel stond in de weg.

Dit gebeurt regelmatig in ons dagelijks leven. We raken, vaak onbedoeld, een gevoelige snaar bij de ander en er valt een ongemakkelijke stilte. Of er ontstaat juist een vonkje en de energie transformeert in boosheid. Waardoor een heldere, redelijke communicatie ook onmogelijk is.

Hoe ga je hiermee om?
Door op een later moment het voorval te bespreken verschaf je als nog helderheid over je beweegredenen.
Daarnaast is het ook belangrijk om met je eigen energie aan de slag te gaan. Als gekwetste of als degene die onbedoeld gekwetst heeft. Je boosheid, verdriet, schuldgevoel. Laat de energie uit je lichaam, transformeer hem.
Door je gevoel toe te laten en te uiten: huil, schreeuw, ween. Voel wat nodig is. Wat zich aandient wil eruit.
Velen van ons zijn gewend om te oordelen over ons gevoel en zijn bang voor, onze gevoelens. Dat is jammer, gevoelens zijn niet goed of fout. Ze zijn. Gevoelens willen gevoeld worden.

Naast het uiten van gevoelens op fysiek niveau, gaan we in sessies op zoek naar de diepere energie ervan. Deze is voelbaar en zichtbaar. Dit maakt het mogelijk om de diepere kern ervan te doorgronden: waarom is deze ontstaan, wat zegt het over jou, wat zegt het over de ander. Je eigen patroon in het omgaan met dit soort situaties komt ook naar voren. En je besluit zelf of dit patroon nog bij je past of dat je er klaar voor bent om dit los te laten.

Daarnaast kun je de energie transformeren op een manier die bij jou past. Dan verander je pijn in iets vruchtbaars: teken, schrijf, dans, schrijf een lied.... Het transformeren van energie is een mooi proces. De energie is de brandstof voor het creëren van iets nieuws.

Tijdens dit transformeren komen er vaak ook inzichten bij je op. Je boort een diepere laag bij jezelf aan. Waardoor je jezelf weer een beetje beter leert kennen: je herinnert jezelf.
 

 

***